logo VDiTO

Vlaamse Diëtisten Tegen Ondervoeding

Bekijk de nieuwe pagina 'Behandeling'

"Deens voorbeeld van screening naar ondervoeding" - Els Vercruyssen, GasthuisZusters Antwerpen

Korte inhoud - Zie het volledige artikel in het tijdschrift van Voeding en Diëtetiek nr 5 2010.

Op 9 juni 2009 vond in Ede het congres ‘Ondervoeding, niet te missen! Zichtbare resultaten van de Nederlandse stuurgroep Ondervoeding’ plaats. VDiTO had een lunchmeeting met gastspreker prof. Dr. Jens Kondrup uit Denemarken over de praktische uitwerking van de screening naar ondervoeding.

lunchmeeting met prof. Dr. Kondrup

Hij is al jarenlang vertrouwd met de ondervoedingsproblematiek. Het screeningsinstrument Nutritional Risk Screening 2002 (NRS 2002) is van zijn hand. In de praktijk is het niet altijd mogelijk om de patiënt bij de screening exact te wegen en te meten. Prof. dr. Kondrup: “een schatting is dan aanvaardbaar. Meestal is een afwijking van vijf procent gangbaar. Wordt een nutritioneel plan opgemaakt, en een behandeling gestart en opgevolgd? Dan moeten we het gewicht en de lengte wel exact kennen.” Voor het toekennen van een score per ziektebeeld raadt prof. dr. Kondrup een multidisciplinair overleg per verpleegafdeling aan. “Som per afdeling de ziektebeelden op die het meest voorkomen – goed voor zeventig procent van de diagnoses. En discussieer over de score die je op basis van de eiwitbehoefte aan een ziektebeeld toekent. Zo kom je binnen een afdeling tot één (uniforme) score per ziektebeeld.”

“Albumine is een goede marker voor ziekte, maar niet voor malnutritie. Bij gewichtsverlies van 15 tot 20 procent daalt het albumine met amper 4 procent. Het is dus geen essentiële parameter in het voedingsplan.” “Bij ondervoede patiënten komt binnen 24 uur na de screening een diëtist langs. Overlegmomenten met artsen en verpleegkundigen zijn wel aangewezen – zoals eenmaal per maand in het universitaire ziekenhuis van Kopenhagen.”

In België wordt het gebruik van de NRS 2002 in ziekenhuizen aangemoedigd. In het Verenigd Koninkrijk en Nederland gaat de voorkeur naar een screeningsinstrument dat geen weging vereist en dus door iedereen kan worden gebruikt, zoals de SNAQ. In tegenstelling tot de NRS 2002 zijn de SNAQ en de MUST niet gevalideerd qua outcome. Bij twijfel over het ondervoedingsrisico van de patiënt, kan de SGA duidelijkheid brengen. De MNA richt zich alleen op de geriatrische patiënt en wordt door ESPEN dan ook eerder voor de oudere patiënten en residenten aanbevolen.

Terug