logo VDiTO

Vlaamse Diëtisten Tegen Ondervoeding

Bekijk de nieuwe pagina 'Behandeling'

"Over - en ondervoeding in the week of gastro-enterology" - Els Vercruyssen, GasthuisZusters Antwerpen en Gwen Pieters, ZNA

Korte inhoud - Zie het volledige artikel in het tijdschrift van Voeding en Diëtetiek nr 5 2010.

We presenteren u de belangrijkste aandachtspunten uit de hoogst interessante voordrachten.

Metabole complicaties na bariatrische chirurgie.

Na een Roux-en-Y Gastric Bypass (RYGB) of biliopancreatische derivatie (BPD) ontstaan vaak tekorten van vitaminen (B1, B12, A,D,E,K), micronutriënten (calcium, zink, ijzer) en – in zeldzame gevallen – ook macronutriënten. Om nutritionele tekorten te voorkomen en te behandelen, wordt een eiwitinname van 60 tot 120g per dag gedurende 3 tot 6 maanden na deze ingrepen aanbevolen. Wanneer het eiwitgehalte laag blijft, biedt parenterale voeding uitkomst. Het refeeding-syndroom moet wel de nodige aandacht krijgen. Ook een multi-vitaminen- en mineralensupplement, aangepast aan de heelkundige ingreep en het individu, is noodzakelijk. Voor de opvolging van deze patiënten worden op regelmatige tijdstippen bloedanalyses aanbevolen: op 3, 6 ,12 ,18 en 24 maanden na de ingreep, en daarna om de 2 jaar.

Endoscopische behandeling van obesitas.

Het Amerikaanse bedrijf GI Dynamics heeft een ‘darmkous’ ontwikkeld – de EndoBarrier. Deze ‘open kous’ is gemaakt van kleverige kunststof. Ze bedekt de eerst 60cm van de binnenwand van de dunne darm (vlak na het maagportier). Dat leidt tot een verminderde opname van voedingsstoffen. De langetermijneffecten zijn nog niet bekend. Drie maanden na de plaatsing hadden de patiënten (N=8) een gedaalde nuchtere glycemie en HbA1c.
De Transgastric Sleeve: een nog grotere ‘kous’, die onderaan de slokdarm wordt vastgemaakt, bedekt de maagwand en de eerste 100cm van de binnenwand van de dunne darm. Terwijl de ‘kous’ toch in de maag verblijft, zouden er geen dumpingklachten optreden. Zowel de EndoBarriër als de Transgastric Sleeve worden aanbevolen voor patiënten met een BMI hoger dan 35.

Zijn diëten in de gastro-enterologie nog aangewezen?

Door het risico op ondervoeding wordt bij leveraandoeningen niet langer vet- en eiwitarme voeding aanbevolen, maar wel een adequate eiwit- en energie-inname. En dit via frequente, kleine maaltijden, een laatavondsnack en eventueel een aminozurensupplement. Na abdominale heelkunde wordt regelmatig TPN gestart. Het nadeel? De darm krijgt zelf onvoldoende voedingsstoffen om te genezen. Dat geldt ook voor het licht verteerbare of vezelarme dieet. Voor andere gastro-enterologische pathologieën en hun specifieke voedingsadviezen, lees het volledig artikel in Tijdschrift voor Voeding & Diëtetiek sept – okt 2011 nr. 5

De rol van nutritionele steun bij kankercachexie.

De balans tussen de inname en het verbruik van energie is bij kankerpatiënten verstoord. Hun gewichtsverlies is gedeeltelijk toe te schrijven aan veranderingen in hun metabolisme. De energie- en eiwitinname aanvullen kan heilzaam zijn voor de algemene voedingstoestand van de patiënt. Zoals ook het toedienen van nutraceuticals met een anti-inflammatoir effect, bijvoorbeeld omega-3-vetzuren (EPA’s) en aminozuren (leucine, arginine, methionine).

Anorexia nervosa.

De meest voorkomend e kenmerken van anorexiepatiënten zijn een BMI kleiner dan 17, angst voor gewichtstoename, een negatief lichaamsbeeld en het uitblijven van de menses. Anorexia nervosa gaat gepaard met talrijke complicaties: cardiologische, neurologische, gastro-intestinale, endocriene, motorische en hematologische. Daarom moet de behandeling multidisciplinair zijn en rekening houden met de motivatie van de patiënt en zijn risico op refeeding. Bedrust, de toediening van vocht en mineralen via intraveneuze weg en correctie van de voedingsinname zijn de eerste dringende maatregelen. Andere aandachtspunten: elektrolytenstoornissen (K, P, Mg), het refeeding-syndroom, oedeemvorming, gastroparese, constipatie en osteoporose.

Nutritionele aspecten van ERAS.

ERAS staat voor enhanced recovery after surgery of een ‘versneld herstel na een operatie’. Het screenen naar malnutritie en het opstarten van een aangepast voedingsbeleid zijn belangrijke factoren in de preoperatieve fase. Daarnaast is een zo kort mogelijke periode van vasten voor de operatie aangewezen: tot 2 uur voor de anesthesie zijn dranken toegestaan en vaste voeding kan tot 6 uur pre-operatief behalve bij patiënten met een vertraagde maaglediging. De vocht- en voedselinname na de operatie worden mogelijk geremd door misselijkheid en braken, ileus, een nasogastrische sonde en een verminderde eetlust. Hoe sneller de patiënt weer een optimale voedingsinname heeft, hoe kleiner risico op bijvoorbeeld anastomotische lekkage en slikpneumonie. Als orale voeding (nog) niet kan, krijgt enterale voeding de voorkeur boven parenterale.

Nutritionele aspecten bij leverziekten.

Bilirubine en albumine, de protrombinetijdverlenging en de aanwezigheid van ascites en encefalopathie bepalen de ernst van een levercirrose. Deze vijf criteria worden gescoord volgens de Child-Pugh-classificatie, die in belangrijke mate de mortaliteit bepaalt. Bij een levercirrosepatiënt met ascites is een betrouwbare bepaling van de BMI onmogelijk. We spreken dan van ondervoeding bij een BMI lager dan 25. Voor de voedingsadviezen rond deze leverziekten, lees het volledig artikel in Tijdschrift voor Voeding & Diëtetiek sept – okt 2011 nr. 5.

PEG- en PEJ-sonden: meer dan een technische procedure.

Een percutane endoscopische gastrostomie (PEG)-sonde en percutane endoscopische jejunostomie (PEJ)-sonde worden aanbevolen wanneer de patiënt gedurende een langere periode sondevoeding moet krijgen. De patiënt mag 8 uren vóór het plaatsen van de sonde niet meer eten of drinken. De meest toegepaste plaatsingstechniek van de sonde is de pull trough-techniek. Alternatieven zijn de direct puncture- en de push-techniek. Het voeden van de patiënt via de sonde kan volgens de ASPEN-richtlijnen al vanaf 3 tot 4 uur na de plaatsing starten – uiterlijk 24 uur later. Voor en na de toediening van voeding en medicatie moet de sonde met 40ml water worden gespoeld. Voor meer informatie over de medicatietoediening verwijzen we naar de website van de Vlaamse Vereniging voor Ziekenhuisapothekers (VVZ): www.pletmedicatie.be

Terug