logo VDiTO

Vlaamse Diëtisten Tegen Ondervoeding

Bekijk de nieuwe pagina 'Behandeling'

Biomedische parameters (door Nena Van Hemelryck, diëtiste ZNA)

Terug

Er zijn verschillende bloedwaarden die in verband gebracht worden met de voedingsstatus van de patiënt. Het merendeel van deze parameters zijn eiwitten die in de lever geproduceerd worden (albumine, prealbumine, transferrine, enz.…), bijkomstig nog cholesterol en enkele immuunfactoren. Geen van deze parameters echter heeft een absolute diagnostische waarde voor wat betreft de voedingstoestand.

Er zijn namelijk verschillende factoren (inflammatie, vochtbalans, leveraandoeningen, nierfunctie, enz.…) die ook een verlagend of verhogend effect kunnen hebben op deze parameters en dus mogelijk een over – of onderschatting van het risico op ondervoeding impliceren.

De parameters geven vaak wel een beeld van de algemene (ziekte)toestand van de patiënt, die op zijn beurt een invloed kan hebben op de voedingstoestand. Het is dus zeker niet nutteloos om de parameters mee op te nemen bij het verzamelen en evalueren van de diëtistische  gegevens.

Klik op de volgende parameters voor meer informatie.

Acute-fase eiwitten

Albumine

Transferrine

Transthyretine of prealbumine

Retinolbindend-eiwit

Andere parameters:

Er zijn nog enkele andere parameters, zoals urine creatinine, cholesterol, totale lymfocytentelling, … die vaak in verband worden gebracht met de voedingsstatus van een patiënt. Deze zouden tot op heden nog onvoldoende bewijskracht opgeleverd hebben om als diagnostische tool voor ondervoeding te worden aanbevolen.

Terug naar evaluatie van de voedingstoestand