logo VDiTO

Vlaamse Diëtisten Tegen Ondervoeding

Bekijk de nieuwe pagina 'Behandeling'

Transthyretine of prealbumine (door Nena Van Hemelryck, diëtiste ZNA)

Terug

Gezien de korte halfwaardetijd (2 dagen) is dit het meest geschikte eiwit om de effectiviteit van voedingsondersteuning na te gaan bij ondervoede patiënten (21)(22). 

De aanmaak van prealbumine wordt onderdrukt door pro-inflammatoire cytokines zoals interleukine-6 (IL-6). Met andere woorden, de plasmaconcentratie aan prealbumine wordt beïnvloed door de inflammatoire status van de patiënt. Om die reden is het aanbevolen ook de plasmagehaltes te bepalen van parameters die gerelateerd zijn aan de inflammatoire status (CRP, α1glycoproteïnezuur) (zie tabel 1).  Enkel indien de waarde van het C-reactive protein of CRP stabiel is, kan men voorzichtig uitspraken doen over de voedingsstatus van de patiënt (21)(27).

CRP

Prealbumine

Interpretatie

-

Verslechtering voedingsstatus

-

Verbetering voedingsstatus

Afname ontsteking (met of zonder verbetering voedingsstatus)

Inflammatoire reactie

Tabel 1: Interpretatie plasmaconcentraties CRP en prealbumine (21)

Verlaagde prealbuminegehalten worden waargenomen bij patiënten met leverziekten in het eindstadium (waarschijnlijk door een vermindering van de productie), stress en ijzertekort. Nierinsufficiëntie en steroïdengebruik veroorzaken een stijging van het prealbumine (22). De meningen over de invloed van de vochtbalans op het prealbumine zijn verdeeld. Het  effect zou in ieder geval minder sterk zijn dan het effect op andere eiwitparameters (21)(25).

De normale waarden liggen tussen: 17,6 tot 36,0 mg/dl (ZNA). Pre-albuminewaarden zouden dagelijks met 10mg/L kunnen toenemen bij opstarten van een adequate voedingsondersteuning (22)(25). De evolutie zegt meer dan de absolute waarden (21).

Als gevolg van de korte halfwaardetijd en de kleine lichaamspool is prealbumine gevoelig voor korte termijn veranderingen in de eiwit – en energie-inname. Het is meer een maat voor recente voedselinname dan een maat voor depletie. Prealbumineconcentratie vermindert snel bij een verlaagde energie-inname en wat minder snel bij een verminderde eiwitinname (23). Men dient onder alle omstandigheden wel rekening te houden met de factoren die eveneens het serumprealbumine kunnen beïnvloeden.

Terug naar biomedische parameters

Bronnen:

(21)  Sobotka, L., Alison, S.P., Fürst, P., Meier, R., Pertkiewicz, M., & Soeters, P. (2004). Basics in Clinical Nutrition. Praag: Galen.

(22)  Omran, M.L., & Morley, J.E. (2000). Assessment of protein energy malnutrition in older persons, Part II: Laboratory Evaluation. Nutrition, 16, pp.131-140.

(23)  Barendregt K. (2002). Dieetbehandelingsprotocol Depletie. In: Handboek Dieetbehandelingsprotocollen. Elsevier, Maarsen.

(25)  Mears, E. (2007). Nutritional Assessment: The Key to positive outcomes and financial impact. Lab Medicine, 38, pp. 43-47.

(27)  Devoto, G., Gallo, F., Marchello, C., Racchi, O., Garbarini, R., Bonassi S. et al. (2006). Prealbumin Serum Concentrations as a Useful Tool in the Assessment of Malnutrition in Hospitalized patients. Clinical Chemistry, 52(12), pp.2281-2285.